Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Ylst heb ik een paar nieuwe schaatsenriemen en een bretel gekocht. Ik was als voorzichtig toerist daartoe wel verplicht. Er kon wel eens geen tweede in Friesland gevonden worden, die op even hulpzame wijze zijn bretels voor zijn naaste opofferde.

Zo reed ik het grachtje op, dat Ylst in twee partijen snijdt. Daar woont aan de Ee de Ylster schaatsenmaker Nooitgedagt. Het is een oud huisje, waaraan de verweerde steentjes een schilderachtig geveltje bouwen; daarbinnen is een oude smidse; de knechts werkten aan het vuur; er lagen schaatsenijzers en houten schaatsmodellen in het rond.

Ik heb hoegenaamd geen spijt, dat ik heb moeten pleisteren in Ylst. Van de vele aardige stedekes, welke ik zag in ons land, wil ik nu Ylst het aardigste noemen. Het grachtje kronkelt langs smalle tuintjes, daarachter is aan weerskanten een nauw klinkerstraatje; links en rechts voor de lage, oude nette huisjes staan om de tien pas de linden precies in de rij, de takken sluiten aaneen, ze zijn zorgvuldig gesnoeid, het is één lang, verzorgd boomgelid; geen Middachter-allee nog, maar in zijn soort toch een plaatselijke roem.

Ik weet niet, of ik hiermee Ylst ontdekt heb.

Met frisse lust bij Nieuw-Zijl links afgeslagen, in één vaart Woudsend doorgereden, toen de Slotermeer dwars over gestoken. Achterin — ze noemen het daar het Slotergat — lag een grijs stadje, Sloten. En omdat er een lange tocht voor de borst was, heb ik Sloten gelaten voor wat het was, alleen een kruisje gezet, dat ik daar weer één van de Elf onder de schaats had: ben die heerlijke wijde meer liever weer opgereden.

De oevers lagen zo ver af, dat er geen kijk meer naar was; over het onafzienbaar ijsveld wond zich een baan, van takken en strowissen tot een ijslaantje geïmproviseerd. Nu werd het pas schaatsenrijden ! Het ijs glad, de baan telkens grilliger kronkels, die nu eens naar het oosten, dan weer heel naar het westen bogen; en nergens oevers. Zo was dit een grensloze ijsvlakte, en zo ver lag het gladde veld, waarop geen mens reed, dat je je er als een ijsvorst voelde!

Midden-op het bevroren meer hadden die onverbeterlijke Friezen weer een baan uitgezet met vlaggen en muziek en wind-

Sluiten