Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar waren Klaas van Volendam,

Zijn neus was één verschroeide schram:

Hem deed eens Al va blaken;

En Duvelhannes met één hand,

De tweede had een Don verbrand;

En Krelis, in wiens kaken Een zwaard was blijven haken;

Ook Jelle Kreeft, de Sneeker gek,

Met Spanje’s brandmerk in den nek;

Kris Keiten, zonder ooren,

(Die had een Spanjaard afgesneen),

De Kat op voeten zonder teen,

En Bram-de-Kale-Toren,

In t Spaansche vuur geschoren. —

Van Haarlem, Utrecht, Amstelland, Westfriezen van den overkant Der Zuiderzee, uit steden En dorpen, weiden en moeras Van heide en veen en waterplas,

Al wie naar ziel en leden Van Spanje had geleden:

Al de vertwijfelden van aard,

De schooiers, zonder huis of haard,

De mateloos gekwelden,

Die duivels werden van de smart,

Met bitt’re wreedheid in het hart,

De havelooze helden,

Die ter vergelding snelden!

Op den snelvleugeligen voet Besprongen zij den Spaanschen stoet Met lange en korte slagen,

Sluiten