Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenkbrauwen, een vet-zwarte krul op zijn voorhoofd, was er aan het beige jongetje niets beigeachtigs meer te ontdekken. In volle waardigheid stond daar: de directeur van de „Wunderldnder”!

„Wie nu?” verzocht de kapper.

Daar kwamen ze binnenschuiven: de hahies, voetje voor voetje, want het liep heel lastig. Behalve haar voeten zaten ze, als kleine kinderen, geheel in „het pak”, de ene met licht-blauwe, de andere met rosé linten, kruiselings, met haar rug op een rechtopstaand langwerpig kussen gebonden. Haar haar was, op een klein krulletje na, geheel weggestreken onder het strakgespannen kindermutsje, dat haar hoofden op gladde Edammer kaasjes deed gelijken. In de ene hand droegen ze een rammelaar, in de andere een zuigfles, ’t Was een dwaas spannetje. De kapper wreef haar wangen in met rouge, tot ze rosé en glimmend waren, wat het effect nog verhoogde.

De voorstelling van de „Wunderkinder” zou het programma openen, om de mensen vast wat in de stemming te brengen.

„Wie volgt!” riep de kapper en Adriaan nam plaats, met een gezicht, als ware hij van plan zich die avond in de onmogelijkste toestanden te schikken.

Jet zette zich aan de piano en speelde een mars, de luitenant danste met Minerva om de tafel, een paar soldaten volgden het voorbeeld met twee zigeunerinnetjes, het beige jongetje huppelde er lustig achteraan. Een hoertje stond op een stoel en warmde Jeanne’s frizeerijzer in de gasvlam.

Stokstijf naast elkaar stonden de „Wunderkinder , met leedwezen omdat ze niet mee konden doen, de pret aan te zien.

De zaal begon zich te vullen. Lien keek door de ronde gaten in het scherm en riep af:

„De familie van Laer! Allemaal. Jeanne, wat ziet Clé er lief uit. Jet, daar is juffrouw De Swart met de Smitsen. Hoe aardig, mijnheer van Eyghen is er ook, alléén, geloof ik. Kijk, daar is Ma, als ik er niet zo gek uitzag, ging ik eens naar haar

»y

toe.

„Acht uur!” riep plotseling de oudste van de Indische jongens,

Sluiten