Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zakken, zakken!” riep de directeur.

’t Scherm viel. Het publiek klapte maar door. „Halen!” klonk het weer, en een: „Bravo, bravo!” steeg op. Karei van Laer, die vlak vooraan zat, wierp voor de grap een zakje met ulevellen voor de kindertjes op het toneel en de directeur raapte het op en stopte

elk der wonderen een ulevel in de mond. En het publiek klapte

klapte, de kinderen dankten met knikken en kushandjes totdat t scherm voorgoed gevallen was.

„Vond je ’t niet dol?” Jet danste om haar heen, en hielp Noes, die rondsprong met een been in en een been uit het pak, weer een gewoon mens worden. De regisseur had moeite de artisten voor het comediestukje tot de orde te roepen.

Het toneel was al klaar; een gewone kamer, in het midden de gedekte ontbijttafel, die achter de schermen gereed had gestaan. Lien, als het mevrouwtje, in een elegant lichtblauw morgenjaponnetje, zat al voor het theeblad gereed en wachtte op haar echtgenoot, die zijn directeurspak, met kunst- en vliegwerk, tegen een huisjasje moest verwisselen. Hij was nogal gauw klaar en een geheel ander mens ditmaal, met blond haar, dito knevel en sikje. Het gordijn ging op.

Lien moest het eerste woord zeggen. Ze was vreselijk zenuwachtig en schoof de ringen aan haar linkerhand al pratende heen en weer.

„Niet zo met je handen friemelen!” klonk het fluisterend uit de schermen, hetgeen haar bijna geheel in de war maakte, maar de rollen zaten er vast in, zij hadden ze in haar slaap wel op kunnen zeggen, en dit gaf een rust, die zich meer en meer in stem en gebaren deed gelden.

Jeanne stond voor een van de zijdeuren, waardoor zij binnen moest komen, te wachten, ’t Was een alleraardigst dienstmeisje, nuffig en coquet. „Kamerkatje”, zeiden de jongens.

Noes, als de oude meid met een geruite doek om, die puntsgewijze haar rug bedekte, een bril en neepjes-kapje op, was bezig haar jongere collega moed in te spreken.

„Jeanne, als je je nou zo op staat te winden, beef je natuurlijk,” berispte ze.

Sluiten