Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen was het doodstil. De piano speelde zacht het voorspel van „la Berceuse des Anges” van Charles Lecocque.

Onbeweeglijk, starend naar één punt, stond Jet in de glans van het voetlicht geheel in ’t wit, met haar lang bruin haar golvend over rug en schouders. Er was als een waas van reinheid, die om haar zweefde, en iets als vroomheid sprak uit haar grote bruine ogen. Ze geleek niets op de ondeugende Jet in haar slordige schoolplunje, zoals ze daar nu fijn en teer uitkwam tegen de donkere achtergrond.

Stil! daar zong zij.

Klaar, glashelder klonk haar sympathieke stem door de ademloosstille zaal.

Wel zacht, zwak nog een beetje, maar o zo jong en lief, strelend, als zonder moeite, bracht ze de hoge tonen uit. ’t Was betoverend en toen het lied uit was, duurde ’t nog een ogenblik voor het publiek zich in een hartelijk applaus luchtte.

„Stilte, stilte! gebood men.

„Hè, ik ben blij dat ze weer eens lacht,” zuchtte mevrouw Terhorst, die zich Jet zo ernstig niet voor kon stellen, maar bij het derde en vierde stond haar gezichtje weer strak en starend. Vier moest ze er zingen, toen zakte het scherm. Maar het publiek

juichte, juichte Men zwaaide met zakdoeken, riep om nog meer:

„Bis, bis!” klonk het luider, ’t Was een triomf. Telkens plooide een zenuwachtig lachje haar mond en knikte ze, zonder iemand te kunnen onderscheiden, met een vaag gevoel, dat haar iets heerlijks overkwam. Een toneelknecht bracht haar een bouquet, geheel witte rozen, in een omhulsel van kant.

„Voor mij?” vroeg ze verbaasd, en zonder het bijgaand kaartje te bekijken, verborg ze haar gezicht in de bloemen.

En ’t publiek klapte.

Top Naeff.

Uit: School-Idyllen. Amsterdam, H. J. W. Becht.

Sluiten