Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bello, en je vraogt dan an dien vetkwal om een stevig vleeshaokie en een brokkie spek van een kilo of zo — dan gaon ik onderdehand een end touw opscharrele....

Algemene instemming! Nelis kwam al spoedig teruggehold en gaf met een enthousiast „allright!” te kennen dat de toestemming verkregen was.

Bello — de man heette Hendrikus de Hond — keerde ook niet onverrichter zake terug en onder grote belangstelling werd het ongewone snoer — een soepel staaldraadje, dat aan boord stevig vastgesjord zat — uitgeworpen....

Een scheepshaak zorgde dat het aas enige meters van het schip verwijderd bleef. Gespannen tuurden de matrozen naar het stuk spek.

„Maor góed da me gin dobbertje nodig hebbe! — anders kon

je d’r minstens wel een kurkezakkie anbinde ” meende

Bello.

„Stil , manne! hou je gedekt.... daar hei je d’r een....” fluisterde Arie opgewonden.

Langzaam kwam de haai aanzwemmen doch gleed op tien

meter afstand voorbij Teleurstelling.

„Graóg of niet, hoor,” snoefde Nelis, „d’r sane d’r nog

/ / ■** meer!

Na een tijdje kwam er weer een in zicht.

„Hou stil die haok, Nelis!” waarschuwde Arie.

De veelvraat zwom echter weer voorbij zonder het aas op te

merken „Als me d’r nou wéér ein sien,” besloot Nelis, „dan

sal ik dat spek eens in ’t waoter laote plompe — misschien dat ie d’r dan op afkomt ”

En toen de derde haai gesignaleerd werd en dicht genoeg genaderd was, liet Nelis het aas plonzend in het water vallen.

Met een vaartje schoot de geweldenaar er op af en vóór

de vissers goed begrepen wat er gebeurde, kreeg Nelis het eind van de scheepshaak, die door het opeens strak gespannen snoer met kracht omlaag werd gerukt, tegen zijn hoofd

Het kwam goed aan ook, doch Nelis had in de opwinding geen

Sluiten