Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd voor jeremiades en terwijl hij de haak op ’t dek liet neerkletteren, verspilde hij alleen maar een paar krachtige matrozentermen.... „Hebbe men elfen héét?!” riep Arie opgetogen.

De haai dook zo diep als de kabel meevierde en kwam dan weer pijlsnel naar de oppervlakte, waar hij, woest heen en weer schietend het water in heftige beweging bracht.

„Maor wat nóu ? riep Arie, „me kenne ’m mit s’n allen misschien wel ophèèse,maor je krèègt ’m zo nooit over de railing....!”

„Dim maor taokele!” meende een ander.

In allerijl werd nu met behulp van een kleine laadboom en een paar katrollen een hijsinrichting geconstrueerd en met vereende krachten werd de spartelende buit uit zijn element gehesen.

Toen de gemartelde vis op het warme ijzeren dek neergeploft was, bleef hij enige ogenblikken versuft liggen. Hij mat ongeveer anderhalve meter.

„Wat motte me d’r nou fatelijk mee doen?” vroeg Arie, „zoue haoie eetbaor saan?”

„Geef maan maor ’n soute haorinkie!” riep Bello.

Een der anderen sei: „Ik sou d’r wel een graot van wille hebbe — voor aordigheid, zie je!”

Maar een paar Chinezen verklaarden, dat zij er wel wat van wilden hebben voor de consumptie. De Chinese kok — op de grote schepen werken vaak Chinezen, die geheel apart gehuisvest zijn en ook een eigen kok hebben — was onmiddellijk bereid een flink stuk haaien-vlees te koken.

„Ieder sn smaok, manne! dan sulle w em wat dichter bai de kombuis van Ching slepe !” commandeerde Arie.

Op hetzelfde ogenblik begon de haai hevig met zijn staart te slaan en heen en weer te spartelen. De matrozen en enige passagiers die óók eens een kijkje kwamen nemen, stoven verschrikt uiteen....

„Daor gaot de lamstraol al „haorikaori” plege!” spotte Bello, „en nou gaat z’n haokie werachtig óók nog los!”

Door de bewegingen van het dier was de vleeshaak werkelijk uit de bek geschoten, zodat de haai nu geheel vrij lag. Na vele ver-

Sluiten