Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harde laatste slag op het dek sprong hij alstware naar binnen !

De kombuis in!

Grote consternatie! — en onderdrukt gelach Een hartverscheurende angstkreet steeg uit het kombuisje op

Hevig geschrokken verdrongen de matrozen zich met thans ernstige gezichten voor de ingang om den armen Chinees zo mogelijk te redden

Arie was al half op de trap toen hij opeens enige onsamenhangende klanken uitstiet en daama in een daverend gelach uitbarstte. Reikhalzend zagen nu ook de anderen wat er in het halfduistere kombuisje gebeurde en brullend van ’t lachen vielen

ze op en over elkander in de deuropening

De arme Ching stond met opgeheven armen en vertrokken angstgezicht.... bóvenop zijn gloeiend fornuis.... en sprong telkens van de ene voet op de andere. Zijn eigenfabrikaat zeildoeken pantoffeltjes waren maar dunnetjes....

De grote haaienstaart lag vlak bij de kachel.

Aanvankelijk wisten de matrozen niet hoe ze Ching uit zijn benarde positie moesten verlossen, maar het dikke sleeptouw bracht redding.

En de tweede die die middag — ditmaal onder grote hilariteit — „uit zijn element” gehesen werd, was een sidderende Chinees....

Toen de haai eindelijk en na veel moeite gedood en grotendeels als een welkom hapje voor zijn natuurgenoten over boord gesmeten was, zuchtte Nelis:

„Die Chineze-poten saan allenig an de onderkant warm, maor maan kop gloeit aan twei kante....”

J. G. Vermeulen.

Sluiten