Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overal zaten de kinderen al, pakten hun tasschen uit, of babbelden met die voor en achter hen zaten.

„Nou mag jij een plaatsje uitkiezen, waar je zitten wil,” zei de juffrouw.

Jip keek de rijen langs, toen opeens liep hij naar de hoekplaats, vlak naast de deur, klom daar in de bank.

„Dat vindt hij veilig,” lachte de juffrouw.

Jip hoorde het niet. Heel stil zat hij nu, en voelde, hoe al de kinderen naar hem keken; verlegen keek hij alleen maar naar vader.

Opeens ging hard een bel.

Verwonderd keek Jip om zich heen.

„Nu werden ineens alle kinderen stil

„De bel is gegaan,” waarschuwde de juffrouw een na-prater.

„Als de bel gaat, dan mag je niet meer praten,” overlegde Jip, „maar thuis mag je wel praten, op school mag je niet alles.

Hij keek vader weer aan, die knikte. Fijntjes glimlachte Jips rood mondje éven trillend terug.

„Wie kan er nu eens een mooi figuurtje op zijn lei teekenen?

”Ik!”

Beschroomd schrilde Jips stemmetje door de stille klas.

Toen werd hij vuurrood. Hij was de éénige, die wat zei. Om hem heen zaten al de kinderen met hun vingers in de hoogte, en allemaal keken ze m aan.

„Joost, dat wist jij nog niet, maar als je iets wil zeggen, moet je altijd eerst je vinger opsteken, net als de andere kinderen. Nooit roepen zoo.

Verschrikt stak Jip zijn dun vingertje mee op.

„Krijg dan je leien en begin maar.

Net als de jongens naast hem kreeg Jip zijn lei met ruitjes, en den koker met mooie punten, die moeder geslepen had.

„Mooier dan van de jongen naast m.

Toen zei vader:

„Nou Jip, nou ga ik weg, zal je een flinke jongen zijn? om half twaalf kom ik je weer halen.

Jip knikte.

„Dag vader.

Sluiten