Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik doe niet hoog

„Wel! was dat nou niet hoog?” riep Henk boos tegen de anderen. Maar die luisterden niet, letten alleen op hun eigen bal.

„Daar! pas op! riep Daan, maar Henk miste, de bal vloog ver weg.

Allemaal lachten ze, maar Henk was boos. Hij wou niet eens meer kijken, ging naar den anderen kant van den tuin.

Weer gooiden ze nu, maar bij de laatste ronde vloog de bal over Willems hoofd heen, en den volgenden keer miste de jongen van wien Jip niet wist, hoe hij heette; die twee moesten nu ook uit den kring.

Nu was nog over Jip en Daan, Ru Verwey en Miel.

Bezweet, vuurrood, voor niets oogen hebben dan voor den bed, speelde Jip.

„Nog nooit had hij zóó heerlijk gespeeld, met zóóveel jongens!

Geregeld ging de bed rond, tot Miel er uit viel en toen ook Ru.

Nu speelden alleen nog Daan en Jip.

Langzeunerheuid kwamen de erndere jongens er weer bij staan kijken, benieuwd, „omdat het nu was tusschen die twee, tusschen Deian, en dat kleine, nieuwe ventje.”

„Eén, twee, één, twee,” telden ze, en Jip zelf telde hijgend mee; doordringend hoog klonk zijn stemmetje door edle andere heen.

Maar ze werden overmoedig, gooiden héél hoog den bal, en plotseling kwam hij recht neer op Jips hoofd, sprong weer weg, eer Jip besef had hem te grijpen.

„Ik — ik!” riep Daan triomfantelijk.

„Ja, Daan het gewonnen!”

Jip knikte alleen maar, uiterst voldaan, zonder eenige jaloezie; nog in de opwinding van het spel stond hij stilletjes na te genieten, te moe om dadelijk wat anders te beginnen.

Toen was opeens de stem van de juffrouw:

„Kom kinderen, twee aan twee in de rij gaan staan en dan naar binnen!”

Jip keek rond naar den dikken jongen; hij vond zichzelf nu hier al heelemaal thuis, en hem een eindje verder ziende staan, liep hij naar

Sluiten