Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is er? wou je wat vragen?”

„Hij was wel dapper,” barstte Jip uit en bang ’t niet af te

krijgen, brabbelde hij achter elkaar: „toen de anderen bang waren, toen ’t kraakte, toen ging hij kijken, alleen, en toen was ’t alleen maar een poes op de trap ”

„O maar als je ’t verhaaltje kent, moet je toch stil luisteren, want de anderen kennen ’t nog niet.”

„Moeder heeft t verteld,” zei hij nog heel zacht, neergeslagen door de terechtwijzing. Maar dadelijk luisterde hij weer, was er weer in, zat hij heel rechtop, in den trots van „’t alléén te kennen”.

Maar, terwijl ze daar om ’t hardst bluffen op hun moed.... daar kraakt wat op de trap

„ t Was een poes,” zei Jip, zich weer vergetend, ’t niet binnen kunnende houden

Opeens daar ging weer die groote bel.

De juffrouw stond op.

„Vanmiddag vertel ik verder. Ga maar twee aan twee naar de deur.”

Jip stond er al. Om hem heen praatten de kinderen druk onder

elkaar over ’t verhaaltje, maar hij dacht er niet meer aan hij

wachtte ongeduldig dat de deur zou opengaan. Waarom was die nou niet open? het heele eerste uur was ie wel open geweest....

De deur ging open.

Ongeduldig duwde Jip de kinderen op zij, om er uit te komen, en met dat groot verlangen in zijn oogen keek hij de lange gang af, of vader er al was.

Nee, hij zag hem niet

Nu mochten zij doorloopen.

Jip slipte tusschen twee door; daar hing zijn goed, met één hand duwde hij zijn muts op zijn hoofd, en toen, zonder te luisteren naar de juffrouw, die hem terugriep, holde hij de gang door naar de voordeur.

Daar was vader! Hij zag ’m al, en dwars door een andere klas kinderen, die juist uit een deur de gang instormde, duwde en stompte hij zich heen, tot hij bij zijn vader was.

Sluiten