Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen kwam de boerenkapper aan,

Die had een lange schaar —

En knipte met een groote hap,

Zoo maar op éénmaal: knip-knip-knap,

Door al dat wilgenhaar! —

Zij schrokken zelf verbazend,

Maar de andren lachten razend,

En riepen allemaal brutaal:

„Wat bennen jullie nou weer kaal!

C. S. Adamavan Scheltema.

Uit: Eenzame Liedjes. Rotterdam, W. L. & J. Brusse.

DE KRIJGSGEVANGENEN.

Vijf man, aan éénen hoop, nam ik alleen gevangen!

Ik, moederziel alleen! Gij zult misschien verlangen Te weten, hoe dat ging? — Met wat beleid, héél glad: Ik eischte ze op, toen ik ze omsingeld had.

A. C. W. Staring.

Sluiten