Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vast zit trekken ze rechts en links om het vrij te krijgen, maar na een poosje zitten ze er voor goed mee aan de grond.

Ze lopen er omheen en bekijken het geval van alle kanten, proberen het nog een keer, maar het gaat niet. En dan krijgen ze ruzie. Ze vliegen elkaar in de haren en krabbelen met hun beweeglijke voorpootjes tegen elkaar op; totdat een het opgeeft.

De ander probeert het nog eens op zijn eentje en rukt en trekt tevergeefs aan de zware balk en laat hem liggen.

Geregeld lopen er mieren af en aan met eieren en takjes en stukjes droog blad. Ze moeten daar ergens hun huis toch hebben!... Ik zie er daar een, die een dennetopje met twee naalden er aan voor zich uit draagt als had hij een paar reuzenhorens op zijn kop, want het is wel driemaal zo groot als zijn lichaam. Ik wil eens zien waar hij er mee heen sjouwt, want dat is er een die het niet zo gauw zal opgeven. Hij draaft er mee rond langs reuzenstenen en over boomstammen, en stoot overal tegen aan. Maar hij komt steeds in dezelfde richting. Hij weet waar hij heen wil.

Nu staat hij voor een hoge steile berg, de rand waar het zandpand in de bosgrond is af gestoken.

Hij probeert eerst, zoekend met zijn horen-sprieten, vóóruit er tegen op te komen en als dat niet gaat, keert hij zich om en krabbelt er achterstevoren tegen op, zijn last meesjorrend naar boven.

En dan gaat t het bos in, over wortels van bomen, omheen trekkend langs onoverkomelijke bergen, door eikestronken of boomstammen gevormd. Maar hij houdt zonder aarzelen dezelfde richting. Nu ben ik hem al meer dan tien meter gevolgd en nog is er niets van een mierenberg te zien.

Alleen wordt het verkeer langs de weg wat drukker. Hele karavanen van mieren trekken door de woestijn en de wildernissen, en ze komen en gaan in eenzelfde richting. Ze slepen met grote takken soms met z’n vijven of zessen te zamen; anderen wurmen alleen met een veel te groot blad of een stukje hout. Ginds zijn er drie bezig een dood, groen rupsje voort te slepen; twee anderen rollen een zwart kevertje naar huis en daartussen krioelen de zoekende mieren, die geen werk om handenheb ben, en draven

Sluiten