Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NACHT.

Muisstil daalt de nacht op aarde Dooft elk al te schel geluid,

Vlakt de lijnen, diept de schaduw,

Veegt de verven alle uit.

Schikt de starren aan den hemel Tot geen donker plekje rest,

Laat een schemering op het water En een glans in ’t verre West.

Dan rust ze uit en mijmert stille,

Zalig in haar zachten glans,

En hoe stiller ’t wordt, te meerder Schittert alles aan den trans.

En hoe stiller ’t wordt, te dieper Zinkt het dichte duister neer,

Zelfs de breed gebogen lijnen Van de hoornen zie ’k niet meer;

Eenzaam glijden bootje en schipper Over donkren stroom, zoo ver,

En het lichtje, dat in top zit,

Is als een verdoolde ster.

VOLKER.

Uit: Verzen.

Amsterdam, P. N. van Kampen & Zoon.

Sluiten