Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haartje te vatten, dat hare pen achterna sleepte, morde tegen den koster, omdat de inkt te dik was, en las dan met luider stemme:

„Beminde Jan, hoe gaat het al met uwe gezondheid?”

„Zóó is het goed,” sprak de moeder, „schrijf nu, dat wij altemaal gezond zijn, menschen en vee, en dat wij hem een goeden dag zeggen.

Trien bepeinsde zich een oogenblik en ging dan voort met schrijven. Gedaan hebbende, las zij:

„God zij geloofd, wij zijn altemaal nog gezond en de os en de koe ook, behalve grootvader, die ziek is, en wij wenschen u altezamen een goeden dag.

„Maar, lieve Heer!” riep hare moeder, „Trien! kind, waar hebt ge dat geleerd? De koster....”

„Spreek mij niet aan,” viel het meisje haar in de rede, „of gij doet het mij vergeten. Nu gevoel ik, dat het zal gaan.

Gedurende een half uur heerschte de diepste stilte. De arbeid scheen met meer gemak voort te gaan; want de maagd glimlachte soms onder het schrijven. De eenige stoornis werd haar aangedaan door Pauwken, die nu met zijne vijf vingeren te gelijk in den inkt zat en zijn geheel armken zwart had geverfd. Reeds tienmaal had Trien het koppeken van de eene zijde der tafel naar de andere verplaatst; doch het jongsken was zoozeer op den inkt verslingerd, dat men het er niet van weghouden kon.

Evenwel, de twee eerste bladzijden van het papier geraakten vol tot onder. Op het aandringen der vrouwen gaf Trien, met zekeren hoogmoed, lezing van haar opstel, dat aldus luidde:

„Beminde ]an\

Hoe gaat het al met uwe gezondheid? God zij geloofd, wij zijn altemaal nog gezond en de os en de koe ook, behalve grootvader, die ziek **, — en wij wenschen u altezamen een goeden dag. Het is al zes maanden geleden, dat wij van u niet meer gehoord hebben. Laat ons dus eens weten, of gij nog leeft. Het is toch slecht gedaan van u, dat gij ons nu gaat vergeten, ons, die u zoo gaarne zien, dat uwe moeder den heelen dag van u spreekt en dat ik s nachts altijd

Sluiten