Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KLEINE FLORENTIJNSE SCHRIJVER.

Hij had de klassen der lagere school afgelopen.

Hij was een mooi Florentijns kind van twaalf jaren, met zwart haar en een blanke gelaatskleur, de oudste zoon van een spoorwegbeambte, die een grote familie had en weinig inkomen, en dus zeer zuinig moest leven. Zijn vader hield veel van hem, en was goed en toegevend voor zijn oudste kind, toegevend in alles, behalve in dingen, die op school betrekking hadden. In dit opzicht was hij veeleisend en streng, daar het kind zo spoedig mogelijk een betrekking moest kunnen vervullen, om in het onderhoud der familie te helpen voorzien. Om binnen kort iets te kunnen zijn, moest hij veel werken in weinig tijd. En hoewel de jongen hard werkte, maande zijn vader hem steeds aan, om te Ieren. De vader was reeds bejaard, en het drukke arbeiden had hem ook vóór de tijd oud gemaakt. Maar dit belette niet, dat hij, om in de behoeften van het huisgezin te voorzien, behalve het werk, dat zijn post hem oplegde, hier en daar nog copiëerwerk aannam, en zo een goed gedeelte van de nacht aan zijn tafeltje doorbracht. Ten slotte had hij bij een uitgever, die tijdschriften en boeken in afleveringen uitgaf, de taak aangenomen, op de kruisbanden de namen en adressen der abonné’s te schrijven, en kreeg drie liren voor elke vijfhonderd der in groot en duidelijk schrift opgestelde adressen. Maar dit werk maakte hem zeer vermoeid, en hij klaagde er dikwijls over in de familiekring, als men het middagmaal gebruikte. — ,,En ik zal mijn gezicht verliezen,” zeide hij, — „dit nachtelijk werk ondermijnt me geheel.” — Zijn zoontje zeide eens tegen hem: — „Vader, laat mij voor u werken, ge weet dat ik precies als u schrijf, wij hebben dezelfde hand.” — Maar zijn vader antwoordde hem: — „Neen, mijn kind, jij moet leren; het is op het ogenblik nuttiger, dat jij je schoolwerk maakt; ik zou het mij nooit vergeven, wanneer ik je één uur ontroofde; ik dank je, maar ik wil het niet, en spreek mij er nooit weer over.’ —

Sluiten