Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kind wist, dat het vruchteloos was, bij zijn vader in dit opzicht aan te houden, en hij sprak er niet meer van. Maar ziehier, wat hij deed. Hij wist, dat zijn vader te middernacht ophield met schrijven, en van zijn werkkamer naar zijn slaapkamer ging, want hij had opgemerkt, dat, wanneer de klok twaalf uur geslagen had, er dadelijk een stoel achteruit geschoven werd, en dan hoorde hij kort daarop de langzame tred van zijn vader. Op een nacht wachtte hij, tot deze te bed was, kleedde zich aan zonder gerucht te maken, ging al tastende naar het kamertje, stak de petroleumlamp weer aan, zette zich aan de schrijftafel, waar een stapel kruisbanden lag en de lijst der adressen, en begon te schrijven, daarbij nauwkeurig de hand van zijn vader nabootsende. En hij schreef met goede moed en opgewekte zin, maar toch ook een beetje angstig, en het aantal kruisbanden groeide aan, en van tijd tot tijd liet hij de pen rusten om zich in de handen te wrijven, en dan begon hij weer met nieuwen ijver, terwijl hij op ieder geluid lette en glimlachte. Honderd zestig waren gereed; hij had één lire verdiend! Toen hield hij op, legde de pen neer, waar hij haar gevonden had, deed het licht uit, en keerde op de tenen naar zijn bedje terug.

Die dag zette zijn vader zich recht tevreden aan tafel. Hij had niets gemerkt. Dit werk deed hij werktuiglijk, op de klok, terwijl hij aan andere dingen dacht, en telde de geschreven kruisbanden eerst de volgende dag. Hij ging goed gehumeurd zitten en zeide, met de hand op de schouder van zijn zoon kloppende: — „Wel, Giulio, je vader kan toch nog beter werken dan je wel zou denken. Gisteren avond heb ik in twee uren een derde gedeelte van mijn werk meer gedaan dan gewoonlijk. De hand is nog vlug, en de ogen doen nog hun plicht.” — En Giulio was gelukkig en zei bij zich zelven: „Arm vadertje, behalve het geld, schenk ik hem nog de illusie zich verjongd te voelen. Dus, moed gehouden.”

Aangespoord door de goede uitslag, stond hij de volgende nacht, nadat het twaalf uur geslagen had, weer op, en ging aan het werk. En zo deed hij verscheidene nachten. Zijn vader bemerkte niets. Een keer echter, bij het avondeten, zeide hij opeens: „Het is toch zonderling, zo gauw als in de laatste tijd de petroleum hier in

Sluiten