Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in mijn schik Maar hij,” — en hij wees Giulio aan, — „doet

mij verdriet ” — En Giulio hoorde de straffende woorden aan,

en wiste twee tranen weg, die in zijn ogen opwelden, maar tegelijkertijd was er een grote zachtmoedigheid in zijn hart.

En zo ging hij voort met hard te werken. Maar de uitputting werd steeds groter, en ’t werd hem hoe langer hoe moeielijker, er weerstand aan te bieden. Dit duurde bijna twee maanden. De vader ging voort zijn zoon te beknorren, en zag hem steeds met onwelwillende blikken aan. Eens ging hij naar de school om naar de vorderingen van het kind onderzoek te doen, en de onderwijzer zeide: — „Ja, het gaat zo zo, want hij heeft in alle geval een vlug hoofd, maar de goede wil van vroeger schijnt verdwenen. Hij is slaperig, zit te geeuwen en let niet op. Zijn opstellen zijn kort, in haast opgesteld en slecht geschreven. 0! hij kan beter werken, veel beter!” — Die avond nam de vader zijn zoon afzonderlijk, en sprak gestrenger tot hem dan ooit. — „Giulio, zei hij, „je ziet dat ik werk, dat ik mij doodwerk voor ons gezin. En je helpt mij niets, je hebt geen hart voor mij, noch voor je broertjes en zusjes, noch voor je moeder.” — „O neen, vader! zeg dat niet! — riep het kind in tranen uitbarstend, en hij opende de mond om alles te vertellen. Maar zijn vader viel hem in de rede en zeide: — „Je weet in welke omstandigheden wij leven; allen moeten een goede wil en een zelfverloochenend hart hebben. Ik zelf, dit heb je gezien, moest mijn arbeid verdubbelen. En bovendien had ik deze maand nog op een toelage van honderd liren van de spoorwegdirectie gerekend, en nu verneem ik van morgen, dat men mij niets zal geven!” — Bij dit bericht verdreef Giulio dadelijk de gedachte aan een bekentenis, die hem bijna had doen spreken, en zeide vastberaden bij zichzelven: „Neen, vader, ik zal u toch niets zeggen, ik zal mijn geheim bewaren, om voor u te kunnen werken; ik zal het leed, dat ik u aan de ene kant veroorzaak, aan de andere kant weer vergoeden; voor de school zal ik altijd genoeg mijn best doen, om over te kunnen gaan; op het ogenblik is het van het meeste belang u te helpen ons brood te verdienen, en de vermoeiende arbeid te verminderen, die u doodt.”

Sluiten