Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MEEZENNESTJE.

Een meezennestje is uitgebroken, dat, in den wulgentronk gedoken,

met vijftien eikes blonk; ze zitten in den boom te spelen, tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in, tak-om, met velen,

en ’k lach mij, ’k lach mij, ’k lach mij bijkans krom.

Het meezenmoêrtje komt getrouwig, komt op den lauwen noen, al blauwig

en geluwachtig groen; het brengt hun dit en dat, om te azen, tak-om, tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in, ze razen,

en kruipen vlug het meezennestjen in.

Het meezenvaartje zit — de looveren verduiken ’t voor ’t gestraal — te tooveren, al in de meezentaal; daar vliegen ze, al med’een, te zamen, tak-om, tak-op, tak-af, tak-uit, en, amen,

het meezennestje is weerom ijle en uit.

Guido Gezelle.

Uit: Gedichten. Amsterdam, L. J. Veen’s Uitg. Mij. N.V.

Sluiten