Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eddy zei het met zo’n diepe verachting, dat Hein van Drumpt — de held op sokken — al bang werd dat de omstanders het zouden horen.

„Kijk Flip es! Die zal ze d’r wel insjotten vandaag!”

Flip was de bekende — door A.F.C. zeer gevreesde — „middenvoor” van Vitesse. Eddy en Kees keken tegelijk om; het was Piet Laane, een enthousiast Vitesser van de Mulo, die het durfde zeggen.

„Mot je niet lachen?” zei Kees zó hard, dat Piet Laane het hoorde.

„A.F.C.-ers!” en de Vitesser wees met even grote geringschatting naar Kees en zijn makkers.

„Hup, Flip!” gilde Jaap Roos — ook al zo’n lamme Vitesser — om de vijf A.F.C.-ers te pesten!

„Van Eijk staat al in z’n goal. Die zal vandaag ook niet veel te doen krijgen. Die kan er gerust bij gaan zitten!

Nee maar, dat was Kees en Eddy toch te machtig. Had je nou ooit zulke brani-schoppers gehoord? Zou je zulke kerels nou niet?....

Kees moest zich uiten, zei ineens, zó hard, dat de Mulo-jongens het konden horen:

„Opscheppers!

Kees had zijn doel bereikt; de Vitessers vatten vuur.

„Zeg, lui,” riep Piet Laane, en hij wees naar de vijf A.F.C.-ers, „die kunnen vandaag ook wel naar huis gaan!”

„Ingemaakt worden ze, als augurken!” lachte Jaap Roos.

„A.F.C. gaat op de fles.

Reken maar van yes!

zong Breevelt, een lange Vitesser.

„Zingen kunnen we ook nog, wat zeg jullie, lui? riep Kees lachend, en hij zette in — natuurlijk vals als ’n kraai:

„Hop, hop, hop! Hop, hop, hop!

En Vitesse krijgt op zijn kop!

Maar de Vitessers namen het lied dadelijk over met een:

Sluiten