Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Falderalderalie! Falderalderalie!

Met 3—O krijgen ze op d’r falie!

„Willen we weggaan?” fluisterde Hein van Drumpt; Hein voelde zich niet heel lekker tussen al die opgewonden Vitessers.

„Ben je mal? zeiden Kees en Eddy. „Laat ze maar zingen! zingen doet geen pijn!”

Ze zeiden het met een onverschillig gezicht, al doorpriemde dat hatelijk gezang ook hun voetbalharten.

„Nou, waar blijven jullie nou?” riep Jaap Roos nog eens.

„Stik!” antwoordde Kees; het was kort maar krachtig.

„Zat die laatste, of zat die niet?” vroeg Piet Laane lachend.

„Die zat niet!” zei Kees.

„Als het eerlijk was gegaan, dan stond het nou 1—0!” beweerde Eddy.

„Och, wat je zegt!” schreeuwden de Vitessers.

De Vitessers waren door het dolle heen en op eens gaf Jaap Roos Kees — om hem te pesten — zo’n duw in de rug, dat hij bijna over het lijntje heen schoot.

Op hetzelfde ogenblik keerde Eddy zich om:

„Raak ons nog eens an, als je durft!”

„Dan sla ik je op je bakkes!” riep Kees, wit van drift.

„Niet vechten! Niet vechten, jongens!” suste de dikke, gemoedelijke heer van de wandelstok.

„Dan moeten zij hun handen thuis houden!” riep Eddy woedend.

„Wij doen hun toch ook niks?” schreeuwde Kees.

„Nou ja, nou ja, t was n aardigheid!” kalmeerde de dikkerd.

Maar er waren verscheidenen onder het kwartjespubhek, die zo n ruzietje blijkbaar niet onaardig vonden en die hitsten op met een prikkelend:

„Ksss! Ksss! Ksss! Vooruit, jongens! Laat je niet kennen!”

De gemoedelijke dikkerd, die van rust hield, bestrafte vermanend:

„Wat hebben jullie daar nou aan, om die jongens tegen elkaar op te zetten? en met n zekere minachting voegde hij er aan toe:

Sluiten