Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is dat nou werk voor grote kerels! ’k zou me schamen!”

Maar daar vatte opeens een opgeschoten jongen vlam; Eddy kende hem wel, ’t was ’n slagersknecht van de Breestraat. Hij zette z n pet schuin op z’n lokken en riep:

„Waar bemoei jij je mee, uitgedroogde friccadel?

De „uitgedroogde friccadel”, die niet begreep hoe hij aan die titulatuur kwam, suste weer:

„Nou, nou, nou, nou!”

Maar de slagersknecht kreeg — tot grote schrik van den dikkerd — steun.

„Nee, me kameraad heit gelaik! Bemoei jai je met je aige saake, opgezette salamander!” dreigde een potig uitziende kerel.

„As-je bakkeleie wil, we luste je wel!” tartte de slagersknecht.

„Kom er dan maar tussen oit!” inviteerde de potige kameraad.

De dikke goedzak voelde zich allesbehalve op zijn gemak; het was duidelijk op zijn gezicht te lezen, dat hij dacht: „Wat ben ik begonnen? Wat ben ik begonnen?” en hij verlangde naar de terugkomst van de twee elftallen.

„Nou, waar blaif je nou met je vaif ons?” sarde de slagersknecht weer.

„Wie benne d’r nou flauwe kerels, jai of wai?” vroeg de potige.

Maar de vredestichter antwoordde niet; hij stond met z n stok gaatjes in het A.F.C.-veld te prikken en zei zachtjes tegen een juffrouw, die naast hem stond:

„Laat ze maar praten!”

De ruzie van de „groten” had die van de „kleinen geheel op de achtergrond geschoven; de A.F.C.-ers en de Vitessers waren één en al spanning, hoe het met den dikkerd zou aflopen, en zij hoopten zelfs in hun hart op een vechtpartijtje. Maar toen de jongens de rood- en blauwbroeken weer op het veld zagen verschijnen, begrepen zij, dat er voor drie kwartier wapenstilstand zou worden gesloten. De slagersknecht schoof z n pet weer recht op z’n lokken en schold: „Wat n lef! en de potige waarschuwde den goedigen dikkerd nog eens veelbetekenend:

„Als je je maar verder gedekt wil houen!”

Sluiten