Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet waar mijn orderbrieven liggen; maar ik heb een bede als vriend: mijn jongsken!”

„Hier is mijn hand, kapitein! hij zal in mij een vader vinden; doch die rover is driemaal zo zwaar gewapend als wij! Het is misschien de Engelse Duivel Warde, of onze vervloekte Simon de Danser; indien ook ik er niet van —.

„Dan zal Marten zich zelven redden,” sprak de knaap, wiens grote ogen even veel openhartigheid als heldenmoed tekenden; „doch de Heer zal mij genadiger wezen, dan u zo vroeg weg te nemen,” voegde hij er bij, die gelovig opslaande.

„Kus mij, jongen! — Moeder had gelijk, toen ze u te huis wilde houden.

„En was ik u dan tot last, Vader! of vreest ge dat ik bang ben? Neen, liever dan als een oude best bij de haard te zitten, zou ik in de mast van dien rover klimmen, en zijn vlag met mijn tanden neerhalen!

„Maar er zijn geen honderd realen van achten bij te verdienen, Marten!” hernam de vader, glimlachende om de drift van den jongen en zinspelende op de beloning aan den trompetter van kapitein Cleinsorge geschonken, die een dergelijk waagstuk in de slag bij Gibraltar, aan boord van den Spaansen admiraal, met gelukkig gevolg ten uitvoer bragt.

„Er is ere bij te behalen!” hernam de knaap, „en hebt gij mij niet zelf geleerd, dat glorie meer waard is dan geld? ’

„Vergeet het nooit, jongen!” hervatte Harbart, „en God zal met u wezen, ook wanneer ik —

Het roofschip was onder schot gekomen — de vader ging in den bevelhebber te loor. „Vuur!” klonk het, en een donkerder wolk, dan die aan de azuren hemel ronddreef, omgaf eensklaps de beide zeekastelen.

„Goede nacht, luitenant!” zeide rouwe Gijsbert, de machteloze hand van Heinsz drukkende, „ik zal u dra volgen, man!”

„Nu kan hij mij in geen dikke mist meer een uur lang

Sluiten