Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te voren aan Claes Hendriksz gegeven had; — doch het was te laat — de vijand enterde.

Arme Harbart Martssen! hij zag dat de bevolen wending verzuimd was. „Er rest mij niets dan een eerlijke dood!” dacht hij,

— en snelde den rover tegemoet. „Marten! groet uw moeder voor

•••»»

mij!

Doch eer de aanvoerders elkander ontmoetten, vielen er drie schoten. „Vader, Vader!” kermde een stem. „Vader! Vader!” helaas! de vader zweeg en bleef zwijgen, — Marten knielde bij zijn lijk.

Sir Frances stond op drie schreden afstands het toneel aan te staren; — de jonge krijger aan zijn zijde zuchtte.

„Zult gij mijns vaders dood met wreken? schreeuwde Marten, zijn tranen afwissende, het scheepsvolk toe, terwijl hij de vlag der Bare zag neerhalen, en in die smaad de bevestiging aanschouwde van het victoriegeroep der rovers.

Vergeefse bede — de dappersten waren gevallen!

Eer echter dit zinnebeeld van Hollands onafhankelijkheid door de schendige voet des vijands kon worden vertrapt, beproefde Arie Goossens, wiens rechterhand was afgehouwen, met de wapenen, welke hem overschoten, — zijn linkerhand en zijn tanden hem dat heilige teken te ontrukken. Zij worstelden enige ogenblikken, — de betwiste vlag werd hun lijkkleed, — Goossens sleepte zijn tegenstander mede in zee.

„Zult gij mijns vaders dood niet wreken? herhaalde Marten.

„Prince Mouringh had hem lief, maar ik nog meer, jongen! was het antwoord, en Verney zou de dolk, die als een bliksemstraal voor zijn ogen flikkerde en verdween, niet ontgaan zijn, indien de jeugdige krijger de stoot niet in zijn arm had opgevangen.

„Isabeau!”1) riep Sir Frances, en de kreet verried de hevigheid zijner aandoening.

*) Isabeau was een Vlaamse, de geliefde van den zeerover Sir Frances Verney.

Sluiten