Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRENTJENS-KIJKEN.

Schoon het rustuur was geslagen Voor den kleenen, zwakken knaap, Bleven de oogen vrij van slaap,

Hoe ze ook staarden, wat ze ook zagen In d’ ontsloten foliant,

Krakende in den leeren band. t Was het lievelingsboek van d’ oude, Die er menig kreuke in vouwde,

Iedren avond trouw in las,

Of ’t zijn Bijbel was.

’t Avonduur werd met verlangen Door zijn kleinzoon afgewacht;

Als het boek werd mee gebracht, Verfde een blos de bleeke wangen, Joolde hij in ’t rond van vreugd. Maar ’t bracht moeder ongeneucht, En met recht was zij te onvreden: t Slapensuur werd overschreden,

Stond de jongen eenmaal daar Bij zijn beste-vaar.

Welk een tweetal, hoe verscheiden! Kindren van verschillende eeuw! t Zwarte hair en ’t witte als sneeuw. Toch goe vrienden waren beiden:

En in ’s grijsaards grove knuist School te met de kindervuist.

Sluiten