Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Juffrouw Klemmer!” riep ik luid, half in de deur staande, daar ze mijn schellen niet scheen gehoord te hebben. „Juffrouw Klemmer!”

„Goeie genadigheid! is uwé in de gang?” hoorde ik haar van beneden roepen. „Gauw! ga terug in de warme kamer, de voordeur is open; ik ben dadelijk bij u!”

„Mens! waar zat je? Waarom kom je niet als ik schel?” voerde ik haar vrij bits te gemoet.

„Och, och! meneer, wat ben je uit je humeur. Zó heb ik je nog nooit gezien! En wat een onvoorzichtigheid! Dat gaat me maar zo aan de open deur staan schreeuwen, ’t Is om het weer opnieuw op je vliezen te krijgen.”

„Waarom kom je dan ook niet?”

„ k Was net casueel beneden bij de visvrouw, Grietje, die schele, u weet wel; ze wou me nog absoluut een stuk of wat palingvellen geven: die moest ik voor uwé drogen en dan in een zeemleren zakje op uw hart ”

„Goeie hemel! ’t Schijnt wel alsof de hele buurt weet dat ik ziek ben; iedereen bemoeit er zich mee !”

„Natuurlijk, meneer! De mensen vragen naar u, en als ik ze vertel dat u zo stijf van de....”

„Dank je voor de rest.... Haal mijn jas en overjas hier.”

Mijn hospita sloeg van verbazing de handen in een en keek me aan met een paar ogen, die vroegen: „Ben je dol, of word je het?”

„Komaan, juffrouw! mijn jas en mijn laarzen!”

„Wi — wi — wil u uitgaan?” stotterde ze.

*,Ja! — Laat een vigilante voor me bestellen.”

„Maar, meneer!”

„Een vigilante, juffrouw!”

„Een viegelant? — Heeft de dokter dat verordineerd?”

„De dokter, de dokter! Laat dien naar den duivel lopen!” antwoordde ik onbedacht.

„Ooo! zooo!”

„Calmans zou me wel eeuwig in huis willen houden. Ik wil de deur uit; haal mijn kleren.”

Sluiten