Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, meneer!”

„Juffrouw, ik verzoek u beleefd —

„Uwé kan verzoeken of niet verzoeken, maar uw jas en overjas krijgt u niet. ’t Zou wat moois zijn als ik ’t deed; k had misschien je dood op mijn geweten, meneer. Als de dokter het verordineert, dan met liefde, al is het ’s nachts, maar nu komt er niets van in, en terwijl ze mij uitdagend aankeek, voegde ze er bij: „Als uwe dan partoet uit wil, moet je maar in je sjamperloepi gaan; dat is meteen nog een aardigheid voor de straatjongens.

Ik voelde dat ik wit werd van kwaadheid, maar ik hield mij kalm en zei: „Juffrouw, ik waarschuw je!

„En waarvoor?” Ze lachte als een hyena, die zeker is van haar prooi. — „Maak je nu maar niet dik, meneer; ik doe het immers tot je bestwil en niet, omdat ik obstinaat of ongedienstig ben; dat weet uwé toch wel beter. — Wil u van middag nu eens jonge worteltjes eten, met een lekker sjeuig halletje kalfsgehakt? Of zal ik u een soepje van poulet maken met zo n snuifje vermiselje er in ? — Ik kan me begrijpen dat uwé mopperig is. Ja, ’t is ook een bezoeking voor u, zo met een gezond lichaam in de dikkedenzie te wezen. Maar uwé moet maar denken: aan alle lofzangen komt....

„Waar is hij? Waar zit hij? Alle donders! is me dat een trap! ’t Is om je nek te breken! Hei! Werda! Staat hier geen post? Sakkerju! is hier dan niemand?” klonk het eensklaps de trap op.

„Hoort uwé dat?” vroeg juffrouw Klemmer, verschrikt naar de deur gaande.

„Ha! eindelijk!” hoorde ik een bulderende stem buiten tegen haar zeggen. „Ben jij zijn vrouw! O! neem me niet kwalijk, ik had je niet goed in je gezicht gekeken, — dat kan niet. Waar is hij!”

„Wien moet uwé hebbe?

„Hem, mijn neef Jan. — Ligt hij op zijn krib!

„Op zijn krib ? — Meneer is in de kamer.... hier.... in deze....

Ik herkende de stem niet, maar toen de eigenaar er van binnen trad, wist ik wie ’t was en herinnerde mij ook dadelijk, dat ik hem sedert mijn jongensjaren niet meer had gezien.

Sluiten