Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik bang.” En als overweldigd door een herinnering aan vroeger dagen hield hij een ogenblik op, sloeg met zijn stok een paar malen door de lucht dat het suisde en zei: „Sakkerju! die had wat in haar mond. Zie je, daarvoor,” hij wees in zijn mond op zijn tong, „daarvoor was ik bang; een ruimnaald was er bot bij. Sakkerju! wat kon ze aangaan! —

Enfin ze heeft de kraaienmars geblazen; dat is het enige plezier dat ze me ooit gedaan heeft.” Weer poosde hij een ogenblik, leunde tegen de linnenkast, prikte met zijn stok tegen de kant der tafel en vervolgde: „ k Ben eeuwig kwade vrinden met je vader gebleven. Ik zou me nooit weer om jou of een van de verdere familie bekommerd hebben, als ik niet toevallig van iemand had gehoord, dat jij zo aan rheumatiek leed. ’k Heb er zelf nu al twaalf jaren mee in mijn maag gezeten en ik weet wat het is. Ik hoorde, dat je een dokter had en toen dacht ik: Bulder, doe nu eens van je leven een goede daad en haal je neef uit de klauwen van dien maraudeur! — Wil je beter worden?”

„Graag oom!”

„Gauw beter worden?”

„Natuurlijk, hoe eerder hoe liever....”

„Ga dan dadelijk met me mee. Pak je ransel en ”

„Maar de dokter heeft me verboden uit te gaan.”

„Daar heb je het alweer, die kwakzalvers geven je jandorie! kwartierziek voor niemendal. Er uit moet je!”

„Maar ik loop nog zo slecht.”

tSf»,Gekheid, dat wordt allemaal beter. Kijk mij eens aan; als ik was blijven dokteren, zat ik nu misschien als een kind in een wagentje.” Hij hompelde in de kamer heen en weer, sloeg met zijn stok tegen elk meubelstuk en vervolgde: „’k Heb mijzelven gecureerd en ben totaal genezen, maar ik houd er ook de hand aan. Dat ik krom ben, is nog een souvenir van dien satansen pil. Sakkerju!” Een slag op de tafel kostte het leven aan een drankflesje. „Als ik nog aan die kerels denk, dan zou ik.... Hij ging vlak voor mij staan, streek zijn knevel op en bulderde mij toe: „Hoe is het nu: wil je van mij erven? — wil je erven?

Sluiten