Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik hoorde hem vloeken en tieren, met zijn stok slaan en eindelijk roepen: „Hannes, mijn slaapmuts! en ook een voor mijn neef.

„Hoe!” dacht ik, „een slaapmuts?” Ik lachte bij het denkbeeld, want ik had er nog nooit een opgehad en keek niet weinig verwonderd, toen ik enige minuten daarna ooms factotum voor mijn bed zag staan, met een blaadje, waarop twee karafjes en een paar glaasjes stonden.

Hannes tikte even met de rechterhand aan de slaap van zijn hoofd, terwijl hij vroeg: „Slaapmuts, meneer! Cognac of rum?

„Dank je, Hannes! dank je, ’k zal niets gebruiken.”

„Rum of cognac? meneer,” herhaalde Hannes, positie aannemend.

Geen van beide.

„De commandant heeft gezegd: „Een slaapmuts! en u moet haar nemen; ’t is eenmaal ’t consigne.

Ik overwoog, dat het ’t wijste was te gehoorzamen, en zei dus: „Dan maar cognac.

Hannes schonk een glaasje vol, zette het op mijn beddetafeltje, zei: „Morgen om half acht réveille,” maakte rechtsomkeert en vertrok.

Die nacht droomde ik wonderlijk, waarvan weet ik niet meer, en ontwaakte de volgende morgen door het geluid van een hoorn: Tatadera-ta, tatadera-ta-ta-ta, taa-aa! Eerst dacht ik, dat het de postwagen was, maar al spoedig bleek het mij de réveille te zijn, want de oppasser kwam kort daarna mijn kamer binnen en vroeg: „Aankleden, meneer?”

Na het ontbijt, dat uit een kop thee, haring en een soort van brood, dat mijn oom „kommies” noemde, bestond, zei de kapitein, terwijl hij twee wilde kastanjes op tafel legde:

„Steek die in je rechterbroekzak en deze twee muisjesaardappelen in de linker. Dan heb ik hier ’t gehoorbeentje van een varken, dat steek je in de vestzak. Dat zijn voorbehoedmiddelen, waar ik me goed bij heb bevonden.

„Maar, oom!” waagde ik in het midden te brengen, „dat is toch puur bijgeloof!

Sluiten