Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor honger schijnt de burcht gewaard,

Voor stormloop staat ze sterk;

De poorter is het beiden moei,

Den dorper roept zijn werk.

De mannen druipen langzaam af,

En trekken een voor een,

Eerst sluiks bij nacht, dan overdag,

Naar stad en dorpen heen.

En eindlijk ruimte de groote hoop Met peerd en tent en vaan,

En laat in ’t wijde waterveld De schansen eenzaam staan.

Het is de burcht Ter Wildenborch,

Die in het rietland staat,

Waar door de poort een ruitertroep Zijn roofrit rijden gaat.

I. I. Brants.

Uit: Ons Tijdschrift, 1911.

's-Gravenhage, D. A. Daamen.

Sluiten