Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoord. Ze kon ’m geen antwoord geven, omdat de koning van dat land met de hoge schoorstenen verboden had te zeggen, waar de soldaten heengingen.

„Waarom huil jij, moeder?” vroeg Hannekeman verdrietig — als moessie huilde kreeg hij ook natte ogen.

„Omdat ik zo bang ben,” snikte de moeder — en d r handen vouwend als jullie allemaal elke avond, begon ze voor ’r man den soldaat te bidden.

„Waarom ben je bang?” vroeg-ie nog eens, maar zo zachtjes dat ze ’m niet hoorde — harder durfde-ie niet, omdat ze bad en je iemand die bidt niet mag storen.

Maar ’s avonds van die dag, toen-ie in z’n bedje lag, hoorde-ie toch waarom moeder bang was — in ’r angst, denkend dat r zoontje sliep, bad ze hardop, den lieven Heer vragend of-ie ’r ’r man terug wou geven, of-ie ’m niet in de oorlog dood zou laten gaan. Én terwijl ze snikkend zei: „Lieve Heer, wist ik toch maar waar-ie

— waar-ie gebleven is,” sloeg de klok erg akelig twaalf — zo akelig dat Hannekeman net als Cathérine wel eens doet, z’n hoofd onder ’t dek verstopte — dom niewaar kinders, want als je ’n boos geweten hebt, helpen geen duizend dekens. De klok sloeg één, de klok sloeg twee, de klok sloeg drie, — Hannekeman kon niet slapen

— de hele nacht lag-ie aan de woorden van z’n moessie te denken waar z’n vader gebleven was, waarom zijn goeie, lieve, beste vader ’m niet goeie dag had gezegd, voor-ie wegging. Dat had z n vader wel gedaan — dat begrijpe jullie, hè? — z’n vader had ’m terwijl-ie sliep wel tien heel-zachte zoenen gegeven, bang ’m wakker te maken, bang voor ’n huilpartij, bang dat-ie zich zelf niet goed zou houen — want jullie hebt ’t daar straks nog gehoord van ’n oorlog komt niet iedere soldaat terug....

Toen de klok weer sloeg — ’t was ’n klok met ’n koekoek, die bij elke slag „koekoek!” — „koekoek!” riep, net zo’n koekoekklok als hier in de kamer kinders, stond Hannekeman zo zachtjes als ’n poes op, kleedde zich alleen aan, precies als jij, vrouwke, liep op z’n tenen naar ’t bed van z’n moessie, luisterde of ze niet wakker geworden was — en toen zei-ie als ’n muisje zo stil: „Huil jij maar

Sluiten