Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Omdat jij zo dapper bent geweest, om je vader in ’t donkre bos te zoeken — enkel om je móéder niet meer te laten builen — zal ik je voor één keer helpen,” sprak ze: „geef me ’n hand — t duurt ’n poos — ik zal je dragen — je mag ’r gerust bij slapen.”

„Nee,” zei Hannekeman: „ik blijf wakker — ik heb helemaal geen slaap

Maar op de arm van de dame, bij de warmte van ’r ogen, bijna zo warm als de schouw hier — ja, dat is waar, kinders — ’r zijn zulke ogen — sliep-ie toch in en zonder te huilen — hoor je dat, Cathérine? — en toen-ie wakker werd stond de morgenschemer al op de landen — lange landen van duinen en weiden — en overal zover je maar keek, zag je tenten en vlaggen en kanonnen en vuren.

„Waar is vader, juffrouw?” vroeg Hannekeman met schuwe ogen — eerst was-ie in de war geweest, had-ie z’n moeder in de bedstee en de koekoek gezocht.

„Daar ergens in een van die tenten — daar slaapt ie nog, Hannie, droomt-ie van jou en van moeder. Blijf nou rustig op m’n arm — ik ga toveren.”

„Toveren — ken u dat dan?” vroeg de jongen, ’r zo weinig als jullie van begrijpend.

„Ja, zei de Fee — want dat was ze —; „ik ga de grote schoenen van je vader en de grote schoenen van al de andere soldaten in heel kleine, o, zo kleine kinderschoentjes veranderen — vind je dat aardig?”

„Waarom doet u dat dan?” vroeg Hannekeman: „dan ken vader toch niet lopen — dan ken-ie toch niet mee!”

„Sust, sust — niet zo hard praten, Hannie,” zei de Fee: „anders worden ze wakker — als ze wakker zijn lukt ’t niet ”

Hannekeman keek angstig. De Fee daalde de laatste duinhelling af, strooide een zilverig poeder naar de zij van de tenten, bij de kanonnen en vuren. Toen, met den jongen op de arm, lopend dat geen schildwacht ’r hoorde, dat niemand ’r zag, keek ze in de voorste tenten — lachte, r Lach was als ’n zonnestraal in de vroege morgen. Ze lachte omdat uit al de tenten de schoenen der soldaten

Sluiten