Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meeste karretjes die zijn brug passeerden, kende hij wel. Zo n vreempje, vdaar had hij het niet op. Dan kwamen ze er aan en vlak voor de brug stopten ze. Kikkie erop af, in de hoop, een centje te verdienen, maar als hij er vlak bij kwam, dan was het: „Neen, vader! Ik zal het hem alleen wel leveren. Ik moet maar eens even uitblazen! Dan had Kikkie „een jas .

’s Winters, als er een beetje sneeuw lag, was er nog al wat te verdienen, want dan konden ze zijn hulp niet missen. De paarden werden „scherp” gezet, maar Kikkie rekende er óók op. Voor die dagen had hij extra schoeisel: een paar oude bottines waarvan hij de zolen voorzien had van spijkers zonder koppen. Daar stond hij

vast op. ■

De sneeuw moest echter niet al te dik liggen, want dan hepen ze met tweeën of drieën bij één kar, en dan lieten ze Kikkie links liggen.

Modderige straten waren ook niet kwaad, maar dan moest hij zelf oppassen, dat hij niet uitgleed. Dat was hem een paar malen gebeurd, en, al behoorde het tot de wisselvalligheden van ’t beroep — hij moest er niets van hebben, want de klanten lachten hem nog uit op de koop toe, en als hij naar huis ging, om een andere broek aan te trekken, ontving Bet hem met een: „Hoe kun je zo stom wezen!

Hij had anders broeken genoeg; allemaal afleggers van „grote lui” op de gracht bij de brug. Hij had ze in alle kleuren en alle maten, want hij sloeg niets af.

„Misschien is deze je wat te licht, maar de stof is heel goed. Als je ze laat verven, kun je er nog lang plezier van hebben.

„Alsjeblieft, mevrouw!” zei Kikkie, en hij nam een zomerpantalon mee naar huis, zo licht van kleur, dat zijn vrouw zei. „Die is goed om onder je andere te dragen; ik zal een stuk van de

pijpen afknippen.” _ •

Of hij kreeg er een van een zodanige bandwijdte, als niemand m zijn hele familie in de opklimmende lijn ooit nodig gehad had en waarschijnlijk niemand in de afdalende lijn ooit^nodig zou hebben. „Misschien kan je vrouw die wel innemen? . >f

„O, zeker mevrouw! Ze is knapper met de naald als ik.

Sluiten