Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kijk!” dacht Kikkie. „Dat zou net iets voor mij wezen. Mijn longen zijn best. Ik zal niet verkouden worden van een open deur. Op de suikerfabriek zochten we, zo heet als we waren, de plekjes op, waar tocht was. Heerlijk! En toch nooit verkouden! Als het dat was, kon mijnheer Salm geen beteren verlangen. En de werkjes, die mijnheer Bruins hem liet doen en die toch eigenlijk tot zijn bezigheden behoorden, dat was ook niet veel. Wat bleef er nu nog over? En hoeveel zou zo’n knaap wel verdienen? Tien gulden, twaalf gulden, met de kost? Hij wist het niet, maar ’t moest heel wat wezen, anders zou hij niet zo’n branie op zijn lijf hebben. Hij moest er zijn vrouw eens over polsen.

„Zeg, Bet!” zei hij ’s avonds, „wat zou een herenknecht nog meer moeten doen dan voor portier spelen en de kleren van mijnheer uitkloppen?

„Een herenknecht? Wel: de kachels aanmaken, denk ik, en de lampen in orde houden, voor de fietsen zorgen, af en toe boodschappen doen, tafeldienen en zo. Waarom vraag je dat? Wou je het soms worden?

„Ik?.... Neen.... ik vraag het zo maar.

„0! Ik wou al zeggen. Je zou anders eerst een bont jasje moeten aantrekken en je snor moeten afscheren. Een herenknecht met een snor bestaat niet.

Kikkie zei niets meer. ’t Viel hem nog al mee, wat zijn vrouw opgenoemd had. Kachels aanmaken en lampen schoonmaken! t Was ook wat.... Boodschappen doen! Ook niets waard!.... Tafeldienen! Daar zag hij wel een beetje tegen op. Maar hij had dan het eten toch alleen maar binnen te brengen. De keukenmeid kookte het. Hij kon toch wel een soepterrine de gang door dragen zonder te morsen. Dat zou wel wennen!

En een bont jasje? Dat had hij nog. Verleden jaar van mijnheer Bruins gekregen. Wie wat bewaart, die heeft wat. ’t Was natuurlijk niet nieuw, maar wat mijnheer Bruins voor de laatste maal gedragen had, kon hij best voor de eerste maal aantrekken. Bleef nog: zijn snor afscheren!

Dat was een heel ding voor hem, maar twaalf gulden en de

Sluiten