Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzij uit, of omhoog, maar in elk geval geen sprong naar voren op dat verraderlijke ijs.

De honden kwamen terug van de overkant, ze leken moediger nu en keken al kwispelstaartend naar ruiter en paard.

Dan kreeg het dier een nieuwe opstopper van de sporen en een snerp van de karwats — het zette nu de voeten vooruit zoals het hoorde, maar ik geloof zeker dat het de ogen er bij sloot.

Ik keek naar de ruiter. Hij zat op z’n paard op dezelfde kalme

wijs als toen ik hem bij het voedkamp ontmoette of er niets

aan de hand was.

Ik, ik hield mijn hart er bij vast — het deed me nooit-gevoelde pijn — en mijn lippen beefden en bewogen.

„God, o God, engelen van God, staat hem bij!” Iets dergelijks stotterde en stootte ik uit.

Het was voor mij, nietwaar? dat hij daar op dat ijs reed, voor mij. Ik vond het afschuwelijk — ik had nog liever met lange omwegen in geen week thuis gekomen dan dit te moeten aanzien.

„God, o God! stond ik maar, hulpeloos en toch grijpend naar alle kanten. Maar er gebeurde niets; het ijs hield, het tjoenkte en sloeg, dat was alles, de cowboy bereikte de overkant.

Zijn paard keek er opgelucht van, en hinnikte met het hoofd omhoog; dat was een roep naar mijn paard.

„Kom! ” riep de cowboy. „En pas op dat-ie niet valt, want vallen is gevaarlijk!”

Ik had wat moeite om mijn paard naar dat ijs te krijgen en eenmaal er op, voelde ik bij elke stap die het zette een beweging onder het zadel alsof het golfde. Dat was de wringende bange onwillige houding van mijn paard — al gereed om een grote sprong te doen naar het leven, mdien het ijs eens zou scheuren.

Als ik ook op de over-oever stond, keek ik Ed Anderson aan. Hij rolde een sigaret en merkte niet eens dat ik wat op mijn gemoed had.

Kom, zei toen een trotse stem in me, je moet niet zo kinderachtig doen als een greenhom, je moet doen of er niets aan de hand is.... je moet....

Mijn paard keek naar de kreek waar het gegaan was, het dier

Sluiten