Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ried, ofschoon hij zich moeite gaf, de eerbied niet uit het oog te verliezen, op welke de gasten van zijn grootmoeder recht hadden.

„Ik ontvang ze aan mijn haard, en zij zullen in vrede aan mijn dis aanzitten!” zeide Jeltze met waardigheid, terwijl zij de vreemden met de hand naar de haard wees, aan welke enige der vrouwen hurkten en bezig waren het vuur, dat genoegzaam uitgegaan was, weder te doen aanglimmen, terwijl Epo zich haastte nieuwe spaanders op de vuurpan te werpen.

De jongste der vier mannen, die het eerst vooruittrad, boog zich licht en zeide, zonder zich bevreemd te tonen over het gewicht dat men er aan hechtte, hem met zijn makkers onder dak te nemen, en op een toon, die, niettegenstaande zijn vermoeidheid, niet van zekere fierheid beroofd was: „Ik neem die aanbieding aan, vrouw! en zal er mij dankbaar voor betonen, ofschoon wij lang gewacht hebben, voordat wij werden ingelaten. Ik ben een Zeeuws edelman, en, voor zaken, op reis zijnde, heb ik het deze morgen gewaagd, mij zonder wegwijzer op de jacht te begeven; wees zo goed, mij te zeggen, onder wiens dak ik deze nacht zal doorbrengen. Mijn naam is Rogier....”

„Heer!” viel Jeltze hem met drift in de rede, „wijt dat wachten aan de wind, voor het overige reken ik op geen dank. Is de gastvrijheid, die ik aanbied, u aangenaam, zo neem haar aan; maar laat zij u genoeg zijn, of verlaat mijn woning. Gij zijt misschien een afstammeling der oude Friezen, die de uiterste landpalen ten westen bewoonden; maar gij zijt uw afkomst vergeten, en uw land behoort met tot de zeven Zeelanden; gij zijt een vreemdeling in Vrij Friesland. Ik wil uw naam niet weten; want de honden, die u vergezellen, de jachtsprieten, die uw gezellen dragen, en uw eigen woorden doen mij kennen, dat gij gejaagd hebt, dat gij u aan de eigendom van een ander vergrepen hebt; ik moet u dus niet kennen. Gij zijt mijn gast, en dit is mij genoeg: morgen kunt gij in vrede gaan!”

De vreemdeling scheen verwonderd te zijn, toen men hem zo kortaf het woord ontnam; er lag enige gemelijkheid opgesloten in de wijze, waarop hij zich op de bank bij de haard nederzette, en hij

Sluiten