Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verbazing, die de vreemde gezellen lieten bemerken, evenaarde de toornige blik, welke hun heer op den jongen Fries wierp, terwijl de dienstmannen van Jeltze door hun gefluister hun goedkeuring over het antwoord van den jongeling te kennen gaven; zelfs de vrouwen, die aan de haard enige spijzen gereedmaakten, zagen op, om te bespieden, welke uitwerking die echt Friese woorden zouden hebben. Alleen de blik van Rieme verried enige bezorgdheid; want Jeltze verborg de indruk welke de woorden van haar kleinzoon op haar maakten, doch zij zeide, evenals vreesde zij dat hij nog verder mocht spreken, met zekere ernst: „Juw, gij hebt anders geen gewoonte gehad, mij het woord niet te gunnen als men mij iets vroeg.

De tijd, welke de edelman gewacht had met op de naam van wilddief, die men zijn graaf gaf, te antwoorden, gaf hem gelukkig gelegenheid zijn ongenoegen grotendeels te overwinnen; en daar Jeltze het antwoord van den jongeling scheen af te keuren, greep hij de gelegenheid aan, de goede verstandhouding te onderhouden en te bevestigen en zeide: „De heilige Hubert moge mij bijstaan! Die jonge edeling geeft een naam aan onzen graaf, die het dezen zeker even weinig zou lusten te dragen als de strop; maar indien de jongeling uw kleinzoon is, zoals ik denk, dan wil ik u de verzekering geven, beste gastvrouw! dat onzen heer door ons niet zal overgebracht worden wat de edeling gezegd heeft, al ware het ook alleen maar ter wille van zijn zuster, die mij zo vriendelijk de drinkhoorn heeft aangeboden.

„Zij zal zijn vrouw worden,’ antwoordde Jeltze, minder om den vreemdeling uitleg te doen van de betrekking, in welke zij tot Rieme stond, dan om hem te doen gevoelen, dat hij het meisje als verloofd moest beschouwen; „voor het overige Heer! indien uw betrekking als mijn gast u niet reeds verplichtte het stilzwijgen te bewaren, zo zou ik u evenwel niet willen dankzeggen voor die verzekering. Ik heb mijn kleinzoon berispt, omdat hij scheen te vergeten dat zijn grootmoeder werd aangesproken, en dat gij mijn gast zijt; niet, omdat hij gesproken heeft zoals het eiken Fries betaamt!

De edelman trachtte zijn recht tot jagen niet verder te bewijzen, en hij scheen elk woord te wegen, voordat het over zijn lippen

Sluiten