Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honden van den vreemdeling om hun krachtvolle en fraaie houding verdienden bewonderd te worden; doch hij wachtte zich wel hem met het bezit van zulke fraaie dieren geluk te wensen, zelfs zijn gevoelen er over te zeggen, aangezien er niets op hen aan te merken viel. Met genoegen had de edelman gezien dat Rieme nu en dan zijn honden tot zich riep en hen liefkoosde. Juw zag dit minder gaarne, en sedert Rieme dit bemerkt had, wachtte zij zich in het vervolg iets te doen, wat hem niet aangenaam was.

De wijze op welke de vreemdeling het woord richtte tot de vrouwen, verried een zekere hoffelijkheid; de gedienstigheid met welke Rieme hem bediend had, zelfs haar vrees hem leed gedaan te hebben, scheen hem aan het meisje te hechten, terwijl de hoge jaren van Jeltze en de ernst met welke zij sprak, hem eerbied inboezemde voor haar, niettegenstaande haar taal te rond Fries was om hem te bevallen; doch ondanks zich zelven, hoorde hij haar aan zonder wrevel, terwijl elk woord van Juw hem vertoornde. Zonder vrees te gevoelen, begreep hij echter dat alleen de kracht van geest der oude vrouw en het medelijden van het meisje hem in deze eenzaam gelegen woning zouden kunnen beveiligen voor de gevolgen van de volkshaat des jongen edelings en dier ruwe dienstmannen, indien de eensgezindheid verbroken werd! ja; dat hij wellicht deze dienst reeds aan haar verplicht was.

De spijzen waren eindelijk gereed. Er was van het maal, gedurende de nacht voor onverwachte gasten inderhaast bereid, niet veel te verwachten, en toch hadden de jachtgezellen en zelfs hun meester met genoegen gezien met hoeveel zorg alles onder toezicht van Rieme en zelfs van Jeltze werd gereedgemaakt. De geur van een stuk vlees, hetwelk door een dienstman aan een ijzeren stang voor het vuur gebraden werd, was ook wel in staat een hongerige belust te maken, en het is met waarschijnlijk, dat de edelman nu nog tot het verlaten van de hoeve zou hebben kunnen besluiten, of dat zijn gezellen hem zonder leedwezen zouden gevolgd zijn.

Ware Rieme niet bevreesd geweest Juw enige reden tot on vergenoegdheid te geven, dan zou zij zeker den vreemdeling de arm geboden hebben, toen hij zo pijnlijk opstond en met moeite de

Sluiten