Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij begon te vrezen dat er een ongeluk gebeurd was; doch hij bleef staan, toen de deur wijd geopend werd. Plotseling stortte hij evenwel weder voorwaarts en riep jammerend: „Vader! vader!” en herkende dezen, die door Jouke en drie andere mannen werd binnengedragen. Jeltze, Rieme allen gaven door een kreet hun ongerustheid te kennen en traden naar de deur; alleen de edelman en zijn gezellen bleven bij de tafel en stonden met de rug naar het vuur gekeerd; niets van hetgeen er aan de andere zijde van het vertrek voorviel, ontging hun oog; zij schenen halfluid, doch met drift, onder elkander te beraadslagen.

Juw nam de hand van zijn vader in de zijne, en toen hij voelde dat die hand zo koud, zo stijf was, vroeg hij angstig: „Zijt gij het vader? Ik ben Juw!” maar die vraag bleef onbeantwoord, en die stilte verschrikte Rieme. Herkende de vader de stem van zijn zoon niet meer? Jouke fluisterde Jeltze enige woorden in het oor, en de jongeling die het laatste woord had opgevangen, riep, de hand van zijn vader loslatende, op hartverscheurende toon: „Dood! dood! en bedekte zijn gelaat met beide handen.

En zo was het: Galo Iges Galama werd dood in het huis gedragen, dat hij des morgens gezond en krachtvol verlaten had. Toen men hem nedergelegd had, en Epo de rok had ter zijde geschoven, die het hoofd van den edeling bedekte, vertoonde zich het bleke gelaat: de lange, roskleurige knevels, de rosse haarlokken, weleer de voorwerpen van de zorg en de trots van Jeltzes dochter, lagen nu haveloos en verwilderd; de ogen waren gesloten; geen pijnlijke trek misvormde het edel, manhaftig wezen, dat diepe rust uitdrukte; slechts de mond scheen zich te willen openen, om de vijanden van zijn geboortegrond nog uit het graf een uitdaging toe te roepen.

Jeltze zag met treurige blikken op den dode: de sterke, de moeden krachtvolle man leefde niet meer, en zij, de oude vrouw, stond naast zijn lijk! Ook hem moest zij zich zien voorgaan! Daar lag de wettige, de natuurlijke steun en beschermer van haar kleinzoon en van Rieme! Aan wien zou zij nu de kinderen aanbevelen, als ook haar uur zou slaan?....

Terwijl Rieme de rok weder behoedzaam over den edeling legde,

Sluiten