Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overwinning wilde hebben, dat zij haar wil deed kennen; want vrouw en dienstman volgden haar. Op een enkele gebiedende wenk met de hand hield de woeste hoop stand en hield op met schreeuwen; toen hernam Juw de voorrang. Hij vermoedde, dat zijn grootmoeder hem nu tot het gevecht zou oproepen, doch hij bedroog zich; want haar oog dat het zijne ontmoet had, keerde zich schielijk af, en zij vroeg ernstig: „Graaf van Holland! Wilt gij vermoord worden?

Toen hij het zwijgen bewaarde, rukte zij hem het jachtmes met geweld uit de hand en vervolgde dreigend: „Laat die knechten de wapenen wegwerpen, of gij zijt allen verloren! Floris gehoorzaamde, zonder te weten wat hij deed; hij zag om, de jachtsprieten vielen de knechten uit de sidderende hand. De edelman wierp zijn wapen met drift op de grond en zette er met kracht de voet op, als wilde hij het in zijn woede verbrijzelen.

Geheel verschillend werd de handelwijze van Jeltze beoordeeld. Rieme kon zich de woorden van de oude vrouw niet verklaren; had zij wel gehoord, dan lag er in dat dreigend vorderen van zich zonder wapenen bloot te stellen aan de woede der Friezen, een toezegging voor den graaf opgesloten van levensbehoud: maar dit klonk haar zo raadselachtig. Wat de dienstmannen betreft, zij bewonderden de moed en de behendigheid, waarmede hun meesteres den moordenaar van haar zoon op een listige wijze alle wederstand onmogelijk maakte, en hun gejuich verried hun woeste vreugde. En Juw? — Evenmin als Rieme, viel het hem in dat Jeltze een krijgslist te baat nam; verre van hem de vernederende gedachte dat zijn grootmoeder haar grijze haren zou willen onteren door zulk een daad, dat zij tot zo iets haar toevlucht zou nemen uit wantrouwen op het zegevieren der goede zaak uit geringschatting van zijn moed. Doch ook hij bedroog zich in haar voornemen, en alles was zo spoedig voorgevallen, dat hij geen tijd gehad had om zich te verontrusten over haar leven; toen zij zweeg, toen de wapenen vielen, gaf hij een schreeuw van droefheid en verwondering en zeide ontevreden: „Moeder! een overwinning zonder strijd kan geen vreugde geven: die trotse moordenaar weet wel, dat hij de dood verdiend heeft, en dat hij sterven moet; maar hij moet ook

Rijpma, Jonge Kracht. I. 25

Sluiten