Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moordenaars hebben hier geen recht op gastvrijheid. Werp hen uit! ”

Het dreigend geschreeuw, dat op Ruirds voorbeeld door de Friezen werd aangeheven, die allen de laatste woorden van Juw herhaalden, deed den ongelukkigen graaf en zijn lotgenoten sidderen; de voorspraak van Jeltze, hoe machtig ook, scheen toch op den duur niet te zullen baten. Het kwam Floris voor, alsof zij zelve begon in te zien, dat de plicht, een vader te wreken, zwaarder moest wegen dan die, een gast te ontzien. Het was niet te verwonderen, dat de oude vrouw, ofschoon tegen haar wil, scheen te zullen zwichten voor de eisen van haar kleinzoon, die dan eens met woeste drift, dan weder met droevige ernst van haar gebeden of gevorderd had dat zij hem gebruik liet maken van zijn recht als zoon, te meer daar al de overige Friezen, Rieme alleen uitgezonderd, zich aan de zijde van Juw geschaard hadden en zijn verlangen door hun kreten en dreigende gebaren ondersteunden. Met smart zag de graaf de aarzeling der oude Friezin, die nu de slagboom was welke hem scheidde van zijn vijanden; indien zij terzijde trad, dan was het met hem en de zijnen gedaan; zijn vrouw was een weduwe en zijn kinderen vaderloos; zelfs het zwijgen van Jeltze dreigde hem reeds noodlottig te worden. Slechts als zij sprak, schenen de Friezen hun woede te matigen en niet gezind te zijn de gehoorzaamheid voor hun meesteres uit het oog te verliezen, wier bevelen zij tot nog toe gewoon geweest waren met slaafse onderwerping te gehoorzamen.

Doch Jeltze Kreilinga was te sterk doordrongen van de heilige verplichting die op haar rustte. Met evenveel geestdrift als zij haar leven zou opgeofferd hebben om Juw en haar volk aan te zetten of in de gelegenheid te stellen den graaf te straffen, indien hij nog zwervende in het woud geweest ware, met dezelfde dweepachtige ijver trotseerde zij allen, om den graaf te beschermen, nu hij zich in haar woning bevond, en zij riep plotseling met verheffing van stem: „Wie waagt het, die moordkreet aan te heffen in mijn huis? Wie is zo stout, de gasten van de Vrouw van Kreilingaweerd te dreigen?” Het geschreeuw verminderde; de Friezen verstomden, en toen zij, twee schreden voorwaarts doende, haar dreigende blik

Sluiten