Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaat. De kloosterbroeder, die door Epo in zijn nachtrust gestoord was geworden, omdat men op de hoeve iemand nodig had die de geneeskunde beoefende, was van vermoeidheid in slaap gevallen sedert Jeltze het vertrek verlaten had, en het gesnork van den ouden monnik verenigde zich met het bidden van het meisje. Wat Ruird betreft, in een afgelegen gedeelte der hoeve opgesloten, trachtte hij tevergeefs een middel te vinden om te ontsnappen en zijn meester te wreken; de verzekering die men hem gegeven had, dat de jonge edeling nog leefde, had hem wel verheugd; maar zijn wraakzucht dorstte naar bevrediging.

In het verblijf, waarin de graaf met zijn lotgenoten de nacht had doorgebracht, was het hem niet mogelijk geweest de nadering van de morgenstond gewaar te worden. De tijd viel hem lang, ofschoon hij niet wist welk lot hem verbeidde, en de tegenstrijdigste gewaarwordingen schokten zijn ziel, toen Epo hem uit zijn gevangenis kwam verlossen. Met zorgeloze vreugde sprongen de honden den geleider vooruit, en het scheen dat het den graaf verwonderde, toen hij niemand op de werf gewaar werd; hij had gevreesd er de Friezen te zullen vinden, en de stilte die er heerste, zowel als het uitzicht naar buiten, gaf hem moed. De koude lucht, hoe onaangenaam ook anders, was hem welkom en deed zijn krachten herleven. Toen wees Epo hem naar de ingang der werf, waar Jeltze op hem wachtte, en, terwijl de dienstman zich verwijderde, trad Floris naar zijn gastvrouw.

Zij veranderde niet van houding toen hij haar naderde; doch, zodra hij de mond opende om haar te bedanken voor de gastvrijheid en de bescherming die hij gevonden had, viel zij hem in de rede en zeide ernstig: „Jeltze verwacht geen beloning; geen vorst is zo rijk en zo machtig, dat hij haar zou kunnen belonen voor hetgeen zij gedaan heeft! Zij verwacht geen dank; want voor haar eigen eer en die van haar geslacht, voor de eer van Friesland heeft zij haar gasten beschermd, niet om het leven te beveiligen van een Hollandsen graaf, en zijn knechten, van een moordenaar en zijn helpers!”

De graaf antwoordde haar niet: zonder vrees, maar uit eerbied

Sluiten