Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u hier, zo goed als daar buiten, van het leven kunnen beroven zonder dat ik het zou kunnen of willen verhinderen!”

Hier zweeg zij; doch toen zij zag, met hoeveel opmerkzaamheid de graaf naar buiten rondzag, alsof hij aarzelde de vrijplaats, op welke hij zich bevond, te verlaten, toen zeide zij ernstig: „Eén woord nog! Mijn dienstman Epo zal u vergezellen; hij zal u brengen werwaarts gij zult willen gaan. Hij zal u niet beschermen; maar hij zal u evenmin moedwillig in gevaar brengen als uw broeder dit zou doen: dat heeft hij mij bezworen; dat heb ik hem gelast, en ik zou het hoofd van mijn kleinzoon tot borg durven stellen van zijn trouw. Sedert ik u als gast ontvangen heb, heeft niemand dan Epo deze hoeve verlaten, doch niet met het doel om rond te zeggen, dat Galo Iges Galama vermoord was, maar om een man te halen die verstand heeft van kruiden en planten. Indien het dus ruchtbaar is door het land dat er Fries bloed om wraak roept, dan heeft God het zo gewild; geloof dus niet, dat ik de gasten onder mijn dak bescherm en hen laat vermoorden, als zij mijn huis verlaten hebben. Wat ook gebeuren moge, zo wijt het mij niet; want bij de zaligheid mijner ouders en kinderen, ik zal onschuldig zijn aan uw bloed, en het zou een verwijt zijn, onverdiend voor mij, een vermoeden, verachtelijk zelfs voor een Hollander!”

„Voort, Epo!” riep zij, en vervolgde driftig, terwijl zij met de hand naar buiten wees: „Geen woord meer, graaf! Vertrek! gij zijt geen gast meer; de nacht is lang ten einde. Voort, moordenaar van mijn zoon! word eens verjaagd uit het paradijs, gelijk ik u verjaag van Kreilingaweerd!”

Toen de graaf, gevolgd van zijn edelman en zijn gezellen, naar buiten trad, zeide hij niets en scheen niet verstoord over haar taal; doch zodra zij de werf verlaten hadden, keerde hij zich om en zeide ernstig: „Ik dank u, vrouw! wees gezegend!” Jeltze wierp het hek achter de vreemdelingen dicht en zag hen na; toen raapte zij snel een steen op, wierp die de vertrekkenden achterna en riep luid en dreigend: „Weest vervloekt!” » p qltmans

Uit: Complete Werken.

Rotterdam, D. Bolle.

Sluiten