Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men de onbepaalde wijs van een werkwoord. Deze onbepaalde J wijs gaat in het Esperanto altijd uit op i.

De tegenwoordige tijd der aantoonende wijs (welke later zal verklaard worden) eindigt voor alle personen, zoowel enkel- als meer- ] voud, op as, bijv.:

mi batas ik sla gi batas het slaat

ci batas jij slaat ni batas wij slaan

li batas hij slaat vi batas gij slaat

si batas zij slaat ili batas zij slaan

Het Bijwoord,

Zooals een bijv. n.w. een bijzonderheid aanduidt van een zelfst. n.w., zoo duidt een bijwoord een bijzonderheid aan -van een werkwoord en gaat altijd uit op e. Het zegt, hoe de' handeling geschiedt.

Het heeft niet, zooals een bijv. n.w., een meervoudsuitgang, bijv.: kanti = zingen, bele kanti = mooi zingen, kuri = loopen, rapide kuri = vlug loopen.

Een bijwoord kan ook een bepaling zijn van een bijv. n.w. of van een ander bijwoord, doch nooit van een zelfst. n.w., bijv.: even mooi zingen = same bele kanti.

Woordvorming.

Het Esperanto bestaat uit + 4000 stamwoorden, welke voor het meerendeel zijn genomen uit de moderne talen, en waarvan de andere woorden gevormd worden.

Voor de woordvorming bedient men zich in het Esperanto van voor- en achtervoegsels. In iedere les zullen hiervan een paar behandeld worden. Als eersten volgen hier:

Het voorvoegsel mal- en het achtervoegsel -in (o).

Mal- drukt uit het tegengestelde van wat het grondwoord noemt: bona goed malbona slecht

bela mooi malbela leelijk

amiko . vriend malamiko vijand

fermi sluiten malfermi openen

-in(o) duidt het vrouwelijk geslacht aan: patro vader patrino moeder

frato broeder fratino zuster

sinjoro heer sinjorino dame

Sluiten