Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leer van buiten:

hundo hond kreski groeien

kato kat flugi vliegen

cevalo paard tiu die, dat ) (aanw.

bovo rund tiu ci deze, dit V v.n.w.)

birdo vogel tio dat (zelfst.)

koko haan kiu? wie? welk?

floro bloem kio? wat?

arbo boom kia? wat voor een?

stono steen kiel? hoe?, als, op

sablo zand welke manier?

§ardeno tuin ce bij

kampo veld, land sed maar

vilago dorp jes ja

provinco provincie ne neen, niet

urbo stad nun nu

vetero weder (z.n.w.) ciam altijd, steeds

varma warm ankoraü nog

kara lief, dierbaar, ankaü ook

duur hodiafi heden, vandaag

afabla beminnelijk, baldaü spoedig

vriendelijk ho! o! oh!

sola alleen el uit

fari doen, maken

Vertaling:

Bopatrino, bofilino, bofratino, geonkloj, geknaboj, geedzoj, gefiancoj, gesinjoroj, gepatra, kokino, bovino, malkara, malafabla, malvarma.

Vertaal in Esperanto:

Schoonzoon, schoonvader, dienstbode, zwager, ontevreden, bloedverwanten, kleinkinderen, grootouders, jongens en meisjes, jongelieden. 1 ; < 1-^!

Vertaling:

La onklinoj legas kaj la infanoj ludas kun la hundo kaj la kato. La urbo estas granda kaj bela. La vilago estas malgranda. La gardeno ne estas granda kaj bela. En la gardeno kreskas belaj floroj

Sluiten