Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijstellingen.

Een bijstelling is een nadere aanduiding van een reeds genoemde zelfstandigheid. Men plaatst haar in denzelfden naamval, als het zelfstandig naamwoord, waarbij ze behoort:

Mijnheer Jansen, de onderwijzer, is een oude man.

Sinjoro Jansen, la instruisto, estas maljuna viro.

Kent U mijnheer Jansen, den onderwijzer?

Citvi konas sinjoron Jansen, la instruiston?

Achtervoegsels et en eg.

Et kan achter alle woordsoorten worden geplaatst en noemt dan een sterke verkleining van het oorspronkelijke woord: knabo jongen knabeto jongentje

filino dochter filineto dochtertje

bela mooi beleta aardig

varma warm varmeta lauw

ridi lachen rideti glimlachen

fali vallen faleti struikelen

Eg is juist het tegenovergestelde van het voorgaande voorvoegsel, want het noemt een buitengewone vergrooting van het oorspronkelijke begrip. Indien eenigszins mogelijk is de Nederlandsche vertaling een nieuw woord:

pluvo regen pluvego stortregen

pordo deur pordego poort

bela mooi belega prachtig

varma warm varmega heet.

ridi lachen ridegi schateren

jeti gooien jetegi smijten

„Groot” en „zeer groot” wordt vertaald door granda en tre granda. Vergelijk eens: boom — arbo, groote boom — granda arbo, zeer groote boom — tre granda arbo, woudreus — arbego, kleine boom — malgranda arbo, boompje — arbeto.

Leer van buiten:

korpo lichaam || parto deel

haüto huid osto been

viando vleesch ostoj beenderen

Sluiten