Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met deze hoofdtelwoorden worden alle andere gemaakt op de volgende wijze:

11 = 10 + 1 dek kaj unu of dek unu.

17 = 10 + 7 dek kaj sep of dek sep.

Dit woord kaj wordt steeds weggelaten.

20 = 2 X 10 du foje dek of dudek.

Dit woord foje wordt steeds weggelaten.

125 = 100 + 20 + 5 cent dudek kvin.

2345 = 2000 + 300 + 40 + 5 dumil tricent kvardek kvin.

Men spreekt dus in Esperanto het getal uit: door van voor naar achter één voor één ieder cijfer op te noemen. In het Nederlandsch springt men vaak over een cijfer heen, bijv.: 1936: negentien honderd zes en dertig. In Esperanto dus: mil naücent tridek ses.

Opmerking: unucent en unumil behoeft men niet te zeggen, doch kortweg cent en mil.

De naam van ieder cijfer wordt steeds door één woord voorgesteld, dus:

30 tridek (één woord).

13 dek tri (twee woorden).

200 ducent (één woord).

102 cent du (twee woorden).

Tusschen de verschillende deelen van een groot getal wordt geen streepje geplaatst.

Geeft men aan de hoofdtelwoorden den uitgang o, dan worden het zelfstandige naamwoorden en volgen ze weer alle regels, die men daarvoor heeft geleerd. Bovendien worden ze dan gevolgd door het voorzetsel da.

Ik heb tien boeken. Mi havas dek librojn.

Ik heb een tiental boeken. Mi havas dekon da libroj.

Na da volgt dus, omdat het een voorzetsel is, weer de eerste naamval.

2. Rangtelwoorden* welke bijvoeglijk gebruikt den uitgang a en bijwoordelijk gebruikt den uitgang e hebben.

Bijvoeglijk gebruikt duiden ze een volgorde van iets aan, bijv.: Januaro estas la unua monato kaj decembro la dekdua = Januari is de eerste maand en December de twaalfde.

Sluiten