Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijwoordelijk gebruikt geven ze een opsomming aan, bijv.: La libro ne placas al mi, unue gi estas tro granda, due gi estas malbela kaj trie, gi ne estas Esperanta libro = Het boek bevalt mij niet, ten eerste is het te groot, ten tweede is het leelijk en ten derde is het geen Esperanto boek.

3. Breukgetallen, welke een gedeelte van een eenheid aangeven. Zij worden aangeduid door twee getallen naast of onder elkander, gescheiden door een streepje. Het eerste of bovenste getal noemt men teller en het tweede of onderste noemer. De noemer noemt het aantal gelijke deelen, waarin het geheel is verdeeld en de teller noemt het aantal dier deelen.

Ze worden in het Esperanto gevormd van de hoofdtelwoorden door toevoeging achter de noemer van het achtervoegsel on, met o als uitgang voor zelfst. n.w., a voor bijv. n.w. en e voor bijwoorden, bijv.: 3^2 = duono, Vg — sesono, % = kvin okonoj, 9/12 = naü dekduonoj.

Zooals men ziet uit de voorbeelden, wordt de teller, wanneer hij 1 is, niet genoemd. Is de teller meer dan 1, dan krijgt de noemer den meervoudsuitgang.

4. Vermenigvuldiggetallen, welke gevormd worden door het achtervoegsel obl met den uitgang o, a of e, naar gelang ze zelfstandig, bijvoeglijk of bijwoordelijk gebruikt worden, bijv.: Het drievoud van twee is zes = La trioblo de du estas ses. Een dubbele tong = duobla lango. Ik moet driedubbel betalen = Mi devas pagi trioble.

Herhalingsgetallen maakt men met het woordje foje, wat maal of keer beteekent, bijv.: eenmaal = unufoje, tweemaal = dufoje, enz.

5. Verzamelende telwoorden, welke gemaakt worden met het achtervoegsel op, bijv.: met z’n vieren = kvarope; met z’n zessen = sesope; zij komen met z’n achten = ili venas okope.

Er bestaat verschil tusschen de zinnen: Zij loopen met z’n vieren en Zij loopen met vieren (vier aan vier). In het eerste geval zijn er slechts vier en vertaalt men volgens het bovenstaande: Ili marsas

Sluiten