Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aantoonende wijs, tegenwoordig toekomende tijd: mi lernos = ik zal leeren; vi lernos = gij zult leeren; li, si, gi, oni lernos = hij, zij, het, men zal leeren; ni lernos = wij zullen leeren; vi lernos = gij zult leeren; ili lernos = zij zullen leeren.

Voorwaardelijke wijs:

mi lemus = ik zou leeren; vi lernus = gij zoudt leeren; li, si, gi, oni lemus = hij, zij, het, men zou leeren; ni lernus = wij zouden leeren; vi lernus = gij zoudt leeren; ili lernus = zij zouden leeren.

Gebiedende wijs:

lernu = leer; leert, ni lernu == laten wij leeren.

Zooals men bemerkt, kan de voltooid tegenwoordige tijd dei aant. wijs ik heb geleerd, juist vertaald worden als ik leerde. Denk in het vervolg altijd hieraan, dat in Esperanto het werkwoord hebben als hulpwerkwoord niet bestaat.

Het eenige hulpwerkwoord in Esperanto is esti — zijn.

Achtervoegsels ar, er en ej.

Ar(o) vormt verzamelwoorden. Het wordt geplaatst achter zelfstandige naamwoorden en vormt dan den naam van een nieuwe zelfstandigheid, die bestaat uit een verzameling van hetgeen het grondwoord noemt:

arbo boom arbaro bosch, woud

dento tand dentaro , gebit

osto jjeen óstaro geraamte, gebeente

homo mensch homaro menschdom

Er(o) duidt het kleinste samenstellende deeltje van een zelfstandigheid aan, dat nog op zichzelf kan bestaan: sablo zand sablero zandkorrel

akvo water akvero waterdruppel

fajro vuur fajrero vonk

pluvo regen pluvero regendruppel

Sluiten