Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ej(o) duidt de plaats aan, die bestemd is voor datgene, wat het grondwoord noemde. Plaatst men het achter een werkwoord, dan noemt -ejo dus de plaats, waar de werking verricht wordt; achter zelfstandige naamwoorden noemt het de plaats, waar die zelfstandigheden zich bevinden:

kuiri koken kuirejo keuken

baki, bakken bakejo bakkerij

lemi leeren lernejo school

forgi smeden forgejo smederij

soldata soldaat soldatejo kazerne

bovino koe bovinejo koeienstal

herbo gras herbejo grasveld

cigaro sigaar cigarejo sigarenwinkel

Leer van buiten:

domo huis I sego stoel

kastelo kasteel kanapo rustbank,

muro muur canapé

tegmento dak benko bank (zit-)

korto binnenplaats banko bank

kelo kelder (instelling)

etago verdieping lito bed

balkono balkon matraco matras

stupo trede lulilo wieg

cambro kamer sranko kast

plafono plafond komodo ladekast

planko vloer tirkesto lade

pordo deur kameno schoorsteen,

fenestro venster haard

seruro slot fajro vuur

slosilo sleutel tubo buis, pijp

salono zaal spegulo spiegel

tapiso tapijt tualeto toilet

kurteno gordijn loko plaats

kuseno kussen mono geld

meblo meubel mastro heer des huizes

tablo tafel gastheer

Sluiten